Titre
Verhoudingen. ‘Van Man en Vrouw.’
Auteur
Veth, B.
Langue
néerlandais
Éditeur
H. Prakke, Nijmegen
Prix
€ 75,00(Excl. toute livraison)
Détails
1912, 1e druk, 229[1] blz., olijfgroenlinnen band met witopdruk
Plus d'informations
— Band schoon gaaf / rug vaal, opdruk iets vervaagd en een paar vlekjes / bladzijden schoon, gaaf en wit. Een stevig gebonden aantrekkelijk exemplaar
ʚɞ ༺༺༻
INHOUD.
Inleiding ..... 5
Wilde Liefde ..... 5
Hartstocht-Liefde ..... 61
Extaze-Liefde ..... 77
Over de standvastigheid der liefde ..... 95
De Vrouwen-Ellende ..... 107
Liefde en Huwelijk ..... 163
Vrije opmerkingen ..... 207
༺༺༻ ʚɞ ༺༺༻
Tekstfragment (blz. 34 ev)
Het jonge meisje moet in de tegenwoordige maatschappij, om aan de eischen van het huwelijk, het door wederzijdsche betrekkingen goedgekeurde huwelijk, te voldoen, maagd zijn, dat is een hoofdeisch en aangezien, naar de opvatting der mannen, die trouwen willen, maagd-zijn meebrengt, absolute onwetendheid van alles wat het sexueele betreft, volkomen vóór-ongevoeligheid voor een anderen man dan den opdagenden huwelijks-candidaat, volmaakte onbesmetheid, die door innigen handdruk, een lieven blik, een zoen van een wezen der andere sekse, zou in gevaar gebracht worden — één zoen ware een „tache” — zoo, zoo heeten de zelf zwaar zwabberende, epicuristische heeren dat, krijgen de diep te beklagen fatsoenlijke meisjes, voor zij een „galant” opduikelen, iets van een pop.
Terwijl de lieve jongelui allerlei „wilde liefden” afspelen, waaraan sommigen hunner later, getrouwd met de „maagd” die voor hen wordt opbewaard, met aparte weelde denken, omdat daar hun hartstocht, hun extaze zat, hoewel de vrouwen dier „wilde liefden” allesbehalve „maagden” waren, speelt de pop-maagd der zoo fatsoenlijke familie haar rolletje.
Alles wordt beheerscht door oorzaak en gevolg. Bij de tegenwoordige inrichting der maatschappij en de nog steeds bovendrijvende en algemeen gehuldigde opvattingen, moet het wel zoo zijn als het is en het zou een waanzinnig denkbeeld wezen te meenen dat men gebruiken en zeden kon veranderen door overtuiging, door wijsheid, door redeneerkracht. De schoonste ideeën hebben uit zich zelve op de menschenmassa, als kudde, zoo goed als niets uitgewerkt. Onzinnige, domme.
ware absurde praatjes en nieuwe godsdienstjes die de gebruiken en de zeden in het gevlei komen, vinden bijval en met het ongerijmdste maakt men nog vele proselieten. Het „Credo, quia absurdum est” is de geloofsleus van „die Heerde”, de domme menigte.
Alléén materiëele dingen en vooral machtsverplaatsingen werken wat uit, dwingen tot verandering, maken het doen ingang vinden van schoone ideeën mogelijk. Gelukt het eenmaal de vrouw, in de maatschappij een krachtiger machtspositie in te nemen, dan zal ze als meisje ook minder pop hoeven te zijn en onafhankelijker kunnen liefhebben. Naarmate haar positie sterker wordt, zal ze ook minder koopartikel zijn en daardoor zal het nu verlangde enkele „maagd-zijn”, de opgedrongen onschuld, minder waarde krijgen en de man, die „fatsoenlijk” trouwen wil meer aandacht wijden aan de vrouwelijke deugden, terwijl de vrouw in haar keuze ook vrijer is.
Evenzoo zullen de arbeiders onderworpen blijven aan de werkgevers, de meesten van hen met den hoed in de hand moeten staan, fooien aannemen, U moeten zeggen tegen de jij-zeggende heeren, zoolang de toestand van heden bestendigd blijft. Kunnen zij zich, naast goed onderwijs als genoten wordt door de werkgevers, meer macht verzekeren, dan veranderen vanzelf de verhoudingen, waaraan nu de gloeiendste sociale betoogen nauwelijks een schokje kunnen geven
༺༺༻ ʚɞ ༺༺༻
Recensie (Onze Eeuw. Jaargang 12 (1912)) B. Veth. Verhoudingen. ‘Van Man en Vrouw.’ Nijmegen. H. Prakke.
Er zou heel wat over - en tegen - dit boek te zeggen zijn; de schrijver, die zich sociaal-democraat en atheïst bekent, zegt ons dat hij de zeer verschillende in onze samenleving voorkomende verhoudingen tusschen man en vrouw (huwelijk, vrij huwelijk, concubinaat enz.) alle bestudeerd heeft en geeft ons nu daarover zijn oordeel. Dat dit oordeel over het huwelijk en de huwelijkswetgeving zeer ongunstig luidt, kan ons niet meer verwonderen, zoodra wij maar eenmaal ontdekt hebben dat hij vrijwel alle huwelijken toeschrijft aan berekeningen en overwegingen, waaraan de liefde of welk ander nobel gevoel geheel vreemd is. En de huwelijkswetgeving? de maatschappelijke moraal in zake huwelijk? Hier volgt, tevens ter kenschetsing van den schrijf- en betoogtrant, een alinea uit de ‘Inleiding’.
‘Zooals, dank de sociaal-democratie in het bijzonder en het socialisme in 't algemeen, de denkende mensch spotachtig lacht als hij gewichtig hoort van een arbeidscontract, dat een hongerige arbeider moet teekenen, teekenen - ik vraag u - met zekere plechtigheid, omdat hij moet kiezen tusschen den hongerdood en den patroon, een contract heel-en-al opgemaakt naar den wil en de eischen van den patroon en zonder medezeggingschap van den arbeider, eveneens is het om over te ironiseeren, als je nagaat dat alle wetten op het huwelijk betrekking hebbende, door heeren, meerendeels op leeftijd en vroom - veelal mummelende rechtsgeleerden - maar tóch nog mannen, heeren der schepping, zijn opgesteld zonder de vrouwen er in te kennen, als je nagaat dat alle zeden en gewoonten op geslachtsgebied buiten huwelijk zijn in de wereld gebracht door mannen, die in hun machtspositie dachten: hoe kunnen wij nu het best van de vrouwen profiteeren, zonder er zelf in te loopen.’
Men ziet: de redeneering is heel eenvoudig; zij kon alleen wat eenvoudiger zijn uitgedrukt. Gelijk de arbeider van den patroon de slaaf is, zoo is de vrouw de slavin van den man. Maar zóó eenvoudig is de zaak toch zelfs ook volgens den schr. niet. Want wanneer hij zoo vierkant heeft vastgesteld dat het arbeidscontract geheel en al naar wil en eisch des werkgevers en zonder medezeggenschap des arbeiders opgemaakt wordt, dan gevoelt hij zich toch genoopt zelf daarbij in een nootje een voorbehoud te maken: ‘Door de vakvereenigingen en door de macht welke de sociaaldemocratie langzaam maar zeker verovert, begint de arbeider hier en daar een niet-gedwongen mede-contractant te worden.’
Jammer maar, dat de schr. niet vaker zich de vraag heeft gesteld of al zijn stellige en volstrekte uitspraken niet telkenmale door eenig voorbehoud moesten worden gecorrigeerd; men ziet nu voortdurend hem voorthollen op den weg, aan welks begin staat een onbewezen vooropstelling en aan welks einde altijd over onze rotte samenleving, over onze vloekwaardige kapitalistische maatschappij, over onze ‘bourgeois’-moraal enz. enz. enz. een vonnis zonder genade wordt geveld! Indien er dan al eens een voorbehoud wordt gemaakt, klinkt het toch weer te schraal. B.v.: wie - zegt schr. - nuchter de moderne samenleving aankijkt, kan niet anders concludeeren dan dat in de meeste gevallen de vrouw in of buiten het huwelijk, in haar verschillende verhoudingen tot den man, is wat zij niet zijn moest... ‘en zelden de geliefde, vertrouwde deelgenoot.’ Waarom zelden? Van ‘nuchter’ gesproken, moge deze nuchtere vraag worden gesteld: ging des schrijvers studie zoo ver, zoo breed en zoo diep, dat hij het recht heeft het een zeldzaamheid te noemen dat in onze moderne samenleving de vrouw is des mans geliefde, vertrouwde deelgenoot?
Doch het is toch maar een schande voor de mannen - aldus straks weer onze schr. - en een bewijs van de rotheid der zeden, dat een in vrije liefde zich gevende maagd wordt veracht en dat de in berekenende liefde zich gevende maagd als mevrouw wordt gehuldigd. Waarbij dan dadelijk weer dit voorbehoud: ‘Dit is een scherpe tegenstelling en in het dagelijksche leven komt ze maar zelden voor in dit felle licht - immers niet elke maagd geeft zich met zulk een wijding, niet elk verloofd meisje trouwt uit berekening -, maar de tegenstelling bestaat en dat is erg genoeg.’
Zoo gaat het in-en-uit, vooruit en achteruit, met zevenmijlslaarzen onstuimig vooruit op de baan der volstrekte uitspraken en der algemeene banvloeken, - en dan, terwijl de auteur naar adem hijgt voor een tweeden stormloop op onze maatschappij, haar wetten en zeden, even één stapje achteruit om aan de verbijsterde lezers te zeggen: zóó kras als ik het u voorstelde, is het nu wel niet altijd en overal, maar... ‘de tegenstelling bestaat en dat is erg genoeg.’
Wat dan, als het huwelijk zoo verwerpelijk is?
Ach neen, zóó verwerpelijk is nu toch het huwelijk ook weer niet. ‘Voor goede menschen die een maatschappelijk richtsnoer behoeven, die de kracht missen zelf rechter te zijn over hun handelingen, die zonder band en wet en fatsoen zouden rondtollen als dwaze zwakkelingen zonder wil, is het huwelijk een uitkomst en een kans op geluk. Zoo beschouwd, wil ook ik het huwelijk - hoe groote frase het eigenlijk is - eerbiedigen en ik moet toegeven dat de liefde van Man en Vrouw voor vele mannen en vrouwen, in het huwelijk het beste hou-vast heeft...’
Hier, zoo ziet men, gaan wij nu ineens met den schr. een heel eind terug van den weg der absolute veroordeelingen. En later lezen we in denzelfden zin: ‘het vrije huwelijk is in de maatschappij van thàns, nog bijna onbestaanbaar als goede vorm van samenleving.’ Doch de schr. beseft dat hij met zijn waardeering van het gesmade huwelijk bijna verdacht zou kunnen worden van een knieval voor bourgeois-zeden en -wetten. ‘Maar ik voel’ - zoo doet dat besef hem spreken - ‘dat ik hier blijf staan op het sociaaleconomisch standpunt van heden.’ En hij haast zich dus voor ons het perspectief van een vrijere en gelukkiger samenleving te openen: wanneer eenmaal de vrouw, vrouw kan zijn, vrij van de zeden en de vooroordeelen, die door de eeuwenoude stempeling op haar drukken; wanneer de vrouw maatschappelijk en politiek des mans gelijke is en zij beiden de wetten maken, dan zal het huwelijk als een dwaze dwangvorm worden versmeten. En (maar dat spreekt wel van zelf) voor het naderbij komen van die gewenschte toekomst is noodig de zegepraal van het socialisme, ook: de nederlaag der kerk. De tijden zijn nog niet rijp voor het vrije huwelijk, want het socialisme heeft nog niet de noodige macht de plutocratie en het kapitalisme aan banden te leggen en de democratie vervult nog niet aller harten. ‘Ook laat de hedendaagsche samenleving zich nog steeds ringelooren door kerkelijke opvattingen en dogma's en door ouderwetsche zeden...’
Nu ja, dat alles weten wij wel. Het socialisme is tot alle dingen nut en zal alle zegeningen rijkelijk uitstorten over het uit de kluisters van kapitalisme en godsdienst bevrijde menschdom. Het is zoo gemakkelijk voor H.H. socialisten om, na een felle en niet altijd even billijke kritiek op bestaande toestanden, voor de verwezenlijking van hun verlangens te verwijzen naar de fata morgana van een vooralsnog nergens bestaande maatschappelijke regeling.
Doch één vraag - dit ten slotte - dringt zich daarbij toch aan ons op. De schr., in de toekomst blikkend, acht één gebeurlijkheid nog vóór het dagen van den socialistischen heilstaat mogelijk. Het zou kunnen zijn, zoo zegt hij, dat door een overbeschaving, die de volkomen décadentie der menschen ten gevolge zou hebben, zelfs de ‘amour-passion’ tot een misdrijf gerekend en ook de liefde zelve bij een wet geregeld zou worden. ‘De kasplant-mensch, te slap en te zeer getemd om individu te zijn, zal zich gehéél gedragen, óók in de liefde-dingen, naar gedecreteerde voorschriften. Hij zal zich willoos onderwerpen aan een besluit, aan een keuring, en de uitspraak van een, laat ons zeggen “huwelijkscommissie” in het belang van de gemeenschap stipt opvolgen. Die commissie zal bepalen of men trouwen mag en zoo ja, met wie of wien. En dat niet ten opzichte van ziekelijke personen die een niet-levensvatbaar nageslacht zouden verwekken - dat kan een reden zijn -, maar ten aanzien van iederen gezonden jonge-man, iedere gezonde jonge-vrouw.’
De vraag nu, die zich bij ons naar voren dringt, is deze: of de hier geschetste toestand niet juist na en door de zegepraal van de sociaal-democratie zich zou voordoen. Logisch uit de moderne samenleving voortvloeien zou zoodanige staat van zaken zeker niet, want - het kan den schr. bij zijn studiën niet zijn ontgaan - maatschappelijke zeden mogen dan deze of gene ‘verhouding’ tusschen man en vrouw veroordeelen, er heerscht op dit gebied meer (wettelijke en maatschappelijke) vrijheid dan vroeger, omdat men meer dan vroeger de rechten van elk individu in zake eigen lotsbepaling erkent. Doch een mensch ‘te slap en te zeer getemd om individu te zijn’, zie, dat is in ons oog juist het type-mensch van den socialistischen heilstaat. ‘Gedecreteerde voorschriften’ ten aanzien van verhoudingen ook tusschen man en vrouw, verwachten wij juist bij zoodanige maatschappelijke ordening. Uitspraken van commissies ‘in het belang van de gemeenschap’ vallen geheel binnen het kader van eene organisatie, waarin aan dat belang alle individueele rechten en vrijheden volkomen ondergeschikt zullen worden geacht. In één woord: een zoo sterke aanranding van persoonlijke vrijheid als de schr. mogelijk oordeelt, stellen wij ons als denkbaar voor uitsluitend bij een zoo volslagen inperking van individueele bevoegdheden als de triomf der sociaal-democratie over ons brengen zou. Dat dit ‘de volkomen décadentie der menschheid tengevolge zou hebben’ - dat zijn wij intusschen met den schr. geheel eens. Maar geheel oneens zijn wij het met hem, als hij ook in zake de verhoudingen tusschen man en vrouw meer vrijheid verwacht van een regeling, die alleen van, met en door dwang, reglementeering en ontkenning van persoonlijke vrijheid zou kunnen bestaan.
Er zou over en tegen dit boek nog veel meer te zeggen zijn. Maar wellicht oordeelt de ongeduldige lezer dat ‘dit al erg genoeg is.’ H.S.
༺༺༻ ʚɞ ༺༺༻
seksuele moraal, socialisme, atheïsme, concubinaat, hartstocht, extaze, vrouwenellende, burgerlijke zeden, maatschappijkritiek, huwelijkswetgeving, vrije opmerkingen, liefdebeschouwing
Images
Beste Boekenliefhebber
Fijn dat u een kijkje neemt in ons boekwinkeltje Lilith in Den Bosch.
Wij reageren altijd zo snel mogelijk op bestellingen. Heeft u binnen drie dagen geen reactie van ons ontvangen dan is onze nota mogelijk in uw spam-box (ongewenste email) geland.
We streven naar zo goed mogelijke beschrijvingen van de boeken. Kleine onvolkomenheden als potloodmarkeringen of namen en stempels van vorige eigenaren worden niet altijd vermeld. Wilt u zekerheid over de kwaliteit van een boek, dan kunt u ons daarover mailen. Op verzoek sturen we extra foto's.
Voor boeken die als brievenbuspakket binnen Nederland kunnen worden verstuurd bedragen de verzendkosten 3,95 euro (PostNL) Verzenden van boeken binnen Nederland per pakketpost kost 6,50 bij DHL. Ophalen van boeken is mogelijk na afspraak.
Een greep uit de mogelijke verzendtarieven:
Nederland
Postnl brievenbuspakket €3,95 (tot max. 28 mm dikte
Postnl pakket €7,00
DHL pakket €6,95
DHL afhaalpunt €4,45
België DPD pakket €8,88, klein pakket minder dan 3 kilo) €7,80
Postnl €9,00
Duitsland
DPD klein pakket tot 3kg €7,60 groot €9,90. PostNL €11,50.
Betalen vanuit het buitenland werkt zo:
Voor een betaling aan Antiquariaat Lilith met het IBAN NL27 INGB 0006 6508 24, volg je deze stappen:
Via Online Bankieren:
1. Log in op je online bankomgeving.
2. Kies voor een SEPA-overschrijving (normaal gesproken de standaardoptie voor Europese overschrijvingen).
3. Vul de volgende gegevens in:
1. IBAN: NL27 INGB 0006 6508 24
2. Naam van de ontvanger: Antiquariaat Lilith
3. BIC (optioneel): ING Bank heeft als BIC-code INGBNL2A, (maar dit is meestal niet vereist voor een SEPA-overschrijving.)
4. Vul het bedrag in.
5. Omschrijving/referentie: in dit geval: 4/10/24 1
6. Valuta: Dit zal automatisch in euro zijn.
7. Datum van uitvoering: Kies of je de betaling onmiddellijk of op een latere datum wilt uitvoeren.
8. Controleer alle gegevens en bevestig de betaling.
- Tous les livres sont en état complet et normal, sauf indication contraire. De petites imperfections comme une page collée ou un nom sur la feuille ne sont pas toujours mentionnés
- Vous gérez directement cette commande avec Lilith
- Après votre commande vous et Lilith recevrez une confirmation par e-mail. Dans l'e-mail que vous pouvez trouver, vous pouvez trouver le nom et l'adresse de Lilith
- L'acheteur paie les frais de livraison, sauf accord contraire
- Lilith peut demander un prépaiement
- Boekwinkeltjes.nl essaie de rapprocher les acheteurs et les vendeurs. Boekwinkeltjes.nl n'est jamais impliqué dans un accord entre l'acheteur et le vendeur. Si vous avez un différend avec un ou plusieurs utilisateurs, vous devez le réparer vous-même. Vous indemnisez Boekwinkeltjes.nl de toute réclamation.