Titre
Verzamelde Opstellen (11 delen)
Auteur
Deyssel, Lodewijk van
Langue
néerlandais
Éditeur
Scheltema en Holkema's Boekhandel, Amsterdam
Prix
€ 220,00(Excl. toute livraison)
Détails
UIt de periode 1898 -1912; 1e en 2e drukken; goede conditie
Plus d'informations
Uit de periode 1898-1912 zijn de volgende drukken aanwezig:
Eerste drukken:
Vierde bundel verzamelde opstellen (1898)
Vijfde bundel verzamelde opstellen (1900)
Zesde bundel verzamelde opstellen (1901)
Zevende bundel verzamelde opstellen - Nieuwe kunst en kritiek (1905)
Achtste bundel verzamelde opstellen (1905)
Negende bundel verzamelde opstellen - Rembrandt-bundel (1906)
Tiende bundel verzamelde opstellen (1907)
Elfde bundel verzamelde opstellen (1912)
Tweede drukken:
Eerste bundel verzamelde opstellen (1899)
Tweede bundel verzamelde opstellen (1901)
Derde bundel verzamelde opstellen (1907)
ooooooooooooooooooooo
Eerste bundel verzamelde opstellen
1899, 2e druk, bladzijden licht verkleurd; nette band; op Franse titelblad handtekening en datum (M? De Jong, 17-3-'18); donkergroene linnen uitgeversband met eikenloof versiering
Recensie: PASSAGES UIT: De Gids. Jaargang 60 (1896)– J. Mathijs Acket
Lodewijk van Deyssel.
(Verzamelde Opstellen en Prozastukken.)
I.
Als men van 'n boom zegt dat-ie 'n eikeboom is, dan heeft 't werkwoord zijn z'n volste beteekenis. Want zoo'n boom is niet gedeeltelijk eikeboom en gedeeltelijk kastanjeboom of koe of rivier of mensch, maar al wat er aan 'm is, is eikeboom en er is niets aan wat geen eikeboom is. Zoo heeft ook in de bewering: Lodewijk van Deyssel is dit of dat, 't woordje zijn vaak z'n onverzwakte en altijd 'n zeer krachtige beteekenis. Men zal dus slechts 'n paar beweringen omtrent hem kunnen uitspreken en dan alles gezegd hebben. Geef aan 'n geleerde 'n klein botje van 'n dier eener uitgestorven soort en hij bouwt 't geheele schepsel daaruit op, vertelt u van z'n levenswijze en z'n eigenschappen. Zoo iets is ook, met eenige menschenkennis, gemakkelijk bij Van Deyssel. Geef me 't puntje van z'n neus en ik maak z'n heele portret. Van Deyssel behoort dus tot de klasse der homogene menschen, die slechts weinig kunnen, willen, doen; maar dàt bizonder sterk en zeldzaam goed. Hij is 'n man als 'n stuk gedegen metaal. Sla het doormidden, kapot, in tien stukjes, en ge hebt tien brokjes van hetzelfde gedegen metaal. Hij is niet als 'n brok erts waarin ge hier en daar de blinkende stipjes kunt aanwijzen tusschen zand en steen. Menschen als 'n koperen beeld, gegoten van één metaal; lieden als de magneetnaald met altijd maar één groote begeerte, ze zijn zeldzaam. Men vindt ze onder de heel grooten en ook onder de heel kleinen. De menschen van talent, de tweede-rangers, dat zijn de halfslachtige wezens. Hun willen is grooter dan hun kunnen. Ze hebben aspiraties, ze rijzen en dalen, zijn ontevreden over zichzelf, zoeken naar links en naar rechts, klagen over de omstandigheden die tegenwerken, ze hebben...
Tweede bundel verzamelde opstellen
1901, 2e druk, 355 blz., bladzijden licht verkleurd; nette band; op Franse titelblad handtekening en datum (M? De Jong, 6 maart '18); eerste schutblad bovenaan een vochtvlek; donkergroene linnen uitgeversband met eikenloof versiering
Recensie: Studiën en critieken(1897)–Willem Gerard van Nouhuys
Tweede Bundel Verzamelde Opstellen 1896.
Nu moet ik beproeven voor mij zelf duidelijk te maken waarom ik van dezen tweeden bundel zijner Opstellen een indruk heb ontvangen, veel dieper dan ik nog ooit van eenig werk van Van Deyssel ontving. Zeker, ook ik heb met velen bewonderd zijn virtuoziteit in het hanteeren van onze taal, waarin zijn geestdrift luid opklonk, zijn haat vernietigend neerdonderde, zijn spot schamper lachte. Er was geestdrift breed opbruisend als orgelklanken in lofzingend geluid, het geluid van een proza, waarin de liefde voor het proza zelf, of de vereering voor een kolossus als Zola haar uiting vond, - er was haat tegen alles wat niet naderen mocht en toch naderen wilde den kunst-tempel, op wiens drempel hij zich als bewaker had gesteld om met brutale vuisten neer te slaan wie ongewijd wilden binnendringen, - er was spot, als ver-snerpende, striemende geeseltouwen, onbarmhartig neerkomend op de ongelukkigen, die het waagden zelfs maar even het hoofd op te heffen om uit de verte naar het heiligdom te zien. Dat alles was er - en meer. Er was de kunst-arbeid van Van Deyssel zelf. Ik heb hiervóor gepoogd aan te duiden wat dien arbeid ontsiert, wat mij deed vreezen dat deze schrijver met al zijn gaven niet rijk genoeg blijken zou zelf het groote te geven, dat hem, als scheppend kunstenaar, een eere-plaats zou verschaffen in onze literatuur. Ik weet dat het uitspreken van die vrees bij sommigen verzet en onwil gewekt heeft. Voor hen is Van Deyssel al heel groot door wat hij tot nu toe deed, en het was of ik een poging had gedaan iets uitstekends neer te halen. Niet dit lag in mijn bedoeling. Ik gaf alleen, zoo duidelijk als mij mogelijk was, uiting aan de bewustheid, dat er voor mij nog altijd iets aan Van Deyssel ontbrak, iets dat hij toch noodig zou hebben om een kunst te scheppen, waaraan zijn naam zou kunnen vastblijven nog langen tijd. Hoe veel kracht en virtuoziteit en geestdrift en scherpzinnigheid en methode ik met velen bewonderd had - het leek mij voor dezen man niet genoeg, niet het echte. 't Was me of ze alle bijeen de surrogaten waren van iets wat ontbrak, en wat hooger zou zijn dan deze. Welnu, zijn laatste bundel heeft mij overtuigd dat ik goed voelde. Want hierin heb ik iets gevonden van dat al zoo lang ontbrekende, en juist dat iets doet mij dit boek zooveel hooger stellen dan al zijn voorgaande. Om het verschil dat ik ontdekte tusschen hem en Van Eeden, eenigszins aan te duiden, schreef ik: ‘Bij Van Deyssel is wildheid, geweld, opwinding, opbruising, uitspatting - bij Van Eeden zelfbewustheid, zelfbeheersching, vastheid. Van Deyssel heeft extazes, bevliegingen, passies - Van Eeden heeft liefde.’ Laat mij bij het laatste woord blijven. Ik kan het echter niet gebruiken in de meer algemeene beteekenis, ik moet er een bizondere uit halen om het recht te hebben tot de uitspraak, dat in de eerste werken van Van Deyssel de liefde niet voorkomt en wel in het laatste. Laten we beginnen met alles uit te bannen wat doet denken aan lief, lief-zijn of lief-doen. Dit staat er buiten. Dan zou ik zóo willen onderscheiden. Er is een liefde van bewondering, van vereering, die vaak heel zwak is, al lijkt ze sterk, al beheerscht ze tijdelijk een mensch geheel. Zij is als de verliefdheid. Al wil zij ook in geestdrift schoone paleizen bouwen voor de liefste, toch is ze veeltijds niets meer dan een efemeer gevoel. Schitterend hel vlamt ze op als een stroovuur, een oogenblik de oogen verblindend - dan is ze uit. Van deze verliefdheid is in Van Deyssels werk zijn gloeiende bewondering en vereering van Zola's kunst een merkwaardig voorbeeld. We kennen ze allen, we hebben ze allen bewonderd, die verheerlijkende lofzangen, en hij heeft zichzelf genoemd: ‘de geestdriftige omroeper op het plein onzer literatuur-stad, die telkens Zolaas nieuwe werken, het groot dat weer gedaan is, verkondt.’ Na lezing van Le Rêve riep hij uit: ‘O, gij deftige hoovaardige professors en dominees, past op, houdt uw mond over Goethe, den intellekt-kunstenaar, spreekt niet met aanzienlijke geleerdheid van den mystischen Shakespeare, want ik zal de boeken van Goethe en Shakespeare nemen en ze smijten voor uw voeten en ze vertrappen onder de mijne.’ Krasser kan het al niet. Dit is niet alleen verliefdheid, maar in haar felheid al het andere buitensluitende verliefdheid, zóo blind-makende dat de verliefde elders geen schoonheid meer vermag te ontdekken. En hoe is dat later geworden? Met een duidelijkheid die niets te wenschen overlaat zegt hij in zijn Prozastukken: ‘De literatuur van Zola is een oude maitres van mijn ziel. Ik heb haar heel jong bemind met een woedenden hartstocht, elk jaar als ik haar nu wéer-zie is zij wat ouder geworden, in die rimpels en oogen-kringen is eene zéerdoende melancholie, maar ik, niet-waar, zoek altijd weer naar de jonge mooiheid van vroeger onder de krassen en groeven van de scherpe jaren, zoo als ik die als een schat voor later armer tijd met zorg in mijn geheugen heb geprent.’ De bevlieging is meer dan voorbij - de passie doodgebrand. Al dat in 't geheugen prenten baat niet. Er gebeurt erger. De verandering wordt niet geweten aan eigen onstandvastigheid, maar aan een vermindering van schoonheid bij het object. Zóo nu in dezen laatsten bundel, waar een heele roman met ‘eenvoudig abominabel’ wordt veroordeeld, en over den auteur uit de hoogte wordt gezegd: ‘zooals wel te verwachten was, maar toch tot mijn spijt, is de heer Zola voortgegaan met jaarlijks een boek in zijn oude manier (sic!) uit te geven, maar zeer zeker hebben die met het geestelijk leven van onzen tijd niets meer te maken.’ ...
Derde bundel verzamelde opstellen
1907, 2e druk, bladzijden verkleurd; nette band; op het eerste schutblad handtekening (?, ?, Th. Claasz.); op Franse titelblad handtekening en datum (M? De Jong, 8-11-'14); donkergroene linnen uitgeversband met eikenloof versiering
Inhoudsopgave:
Het Proza van Jac. van Looy (1890) 1
Romans van Maurits (1890) 7
Rudolf van Meerkerke (1890) 15
Het boek van Johan De Meester (1890) 21
‘Gevloekt’ van Josephinè Giese (1890) 27
Vondel, P.Czn. Hooft en Rembrand, lotgenooten van Bilderdijk en Multatuli (1890) 33
Gedachte, Kunst, Socialisme, enz. (1890) 41
Herman Gorter (1891) 59
Van Eeden's Ellen (1891) 73
Braga Redivivus, marfa (1891) 85
Hilda Ram, Eugeen van Oye, Jan ten Brink (1891) 95
Moderne Problemen (1891) 103
Mevrouw Jeanne Fortuin (1891) 109
Sphinx door Josephine Giese (1891) 115
Rana Neida (1891) 123
In de Zwemschool (1891) 131
De dood van het Naturalisme (1891) 139
Elsevier's geïllustreerd maandschrift (1891) 151
Fokko Bos, Vera, Verga, Mrs. Humphry Ward (1891) 157
De Koning der Eeuwen (1891) 167
Smit Kleine en C. van Nievelt (1891) 173
Den Hertog en Martinet over Couperus (1891) 183
Huysmans, ‘LA-Bàs’ (1891) 191
Afsterven (1891) 199
Menschen en Bergen (1889-91) 205
Jeugd (1892) 251
Socialisme (1892) 275
De Heer Byvanck over Parijs (1892) 313
Vierde bundel verzamelde opstellen
1898, 1e druk, 333 blz., bladzijden licht verkleurd; aanhechting achterschutblad losgescheurd nette band; op Franse titelblad handtekening en datum (M? De Jong, 6 maart '18); olijfgroene linnen uitgeversband met zwartgouden opdruk
Vijfde bundel verzamelde opstellen
1900, 1e druk, 347[1] blz., bladzijden licht verkleurd; nette band; op Franse titelblad een putje in het papier en handtekening en datum (M? De Jong, 6 maart '18); olijfgroene linnen uitgeversband met zwartgouden opdruk
Zesde bundel verzamelde opstellen
1901, 1e druk, 332 blz., bladzijden licht verkleurd; nette band; op Franse titelblad handtekening en datum (M? De Jong, 6 maart '18); olijfgroene linnen uitgeversband met zwartgouden opdruk
Inhoudsopgave:
Korte stukken van verschillenden aard. I. Kritiek en causerie.
Kritiek en causerie. Een klein verzet.
Aanteekeningen bij Maeterlinck.
Over Proza en Poëzie.
Aanteekeningen bij het lezen.
Stendhal (‘Le Rouge et le Noir’).
Parijs, Door X.
II. Lyriek en beschouwing.
Uit een Dagboek.
Sonnet.
Uit een Schetsboek.
Verhalend proza.
Voor den spiegel.
Voor den spiegel.
De aankomst. I. In den spoorwagen.
In den spoorwagen.
II. Op-weg. de nieuwe menschen.
Op-weg. de nieuwe menschen.
III. Door de gebouwen. op de direkteurskamer.
Door de gebouwen. op de direkteurskamer.
IV. Alleen.
Alleen.
Verdere ervaringen. I. Op Bezoek.
Op bezoek.
II. Latijnsche klas. treiteren.
Latijnsche klas. treiteren.
Winterleven. I. Mis-dienen.
Mis-dienen.
II. Figuur-zagen.
Figuur-zagen.
III. De sneeuw. Wasschen.
De sneeuw. Wasschen.
IV. Biechten.
Biechten.
V. Hoogtijd-houden.
Hoogtijd-houden.
VI. De sneeuw. Vechten.
De sneeuw. Vechten.
Ouders-bezoek. I. De Brief.
De brief.
II. De donderdag.
De donderdag.
III. Een dagje uit.
Een dagje uit.
Verandering van kompanjie. I. Nieuwe jongens.
Nieuwe jongens.
II. Willem emancipeert zich.
Willem emancipeert zich.
III. Bij den kapper.
Bij den kapper.
Van Deyssel, Lodewijk
Zevende bundel verzamelde opstellen - Nieuwe kunst en kritiek
Scheltema en Holkema's boekhandel, Amsterdam
1905, 1e druk, bladzijden licht verkleurd; nette band; op Franse titelblad handtekening en datum (M? De Jong, 6 maart '18); olijfgroene linnen uitgeversband met zwartgouden opdruk
Achtste bundel verzamelde opstellen
1905, 1e druk, bladzijden licht verkleurd; nette band; op Franse titelblad handtekening en datum (M? De Jong, 6 maart '18); olijfgroene linnen uitgeversband met zwartgouden opdruk
Recensie: Elseviers Geïllustreerd Maandschrift. Jaargang 16(1906)
Boekbespreking. L. van Deyssel, Achtste Bundel Verzamelde Opstellen, Amsterdam, Scheltema en Holkema's Boekhandel, 1905.
Deze bundel bevat - evenals zijn onmiddellijke voorganger - behalve een aantal critische essays, eenige ‘Proza-Gedichten’, weder met de ondertitels: ‘Kind Leven’, en ‘Het Ik (Heroïsch-individualistische Dagboekbladen)’, die te beschouwen zijn als vervolgen op de vroeger gepubliceerde, en waarop al hetgeen hier naar aanleiding der verschijning van dien Zevenden Bundel werd opgemerkt (Januari 1905) onveranderd van toepassing schijnt. Het zij mij daarom veroorloofd, voor zooveel deze Proza-Gedichten betreft, te volstaan met de aankondiging, en de mededeeling dat ik weer in 't bizonder genoten heb de opstellenGa naar voetnoot*) (verzameld onder den titel ‘Het Ik’): ‘Bij het Graf van Napoleon’ en ‘Bezoek aan de Politiek’ - dit laatste vooral! - waarin het spel der dandieuse wereldbeschouwing weer opgevoerd is tot een fijnheid en een hoogte die het hoog-wijsgeerige te naderen lijkt. Bij de lezing werd ik nu en dan even herinnerd aan de politieke homme-du-monde-figuren uit sommige romans van Balzac en zijn tijdgenooten, maar overigens schijnen mij deze ‘individualistische dagboekbladen’ van een uiterste oorspronkelijkheid, missen zij althans in hetgeen mij van de wereld-litteratuur bekend werd ten eenenmale hun voorbeeld. Wat de ‘Kritiek’ aangaat, Van Deyssel's aristocratisch-ruime veelzijdigheid van waardeerings-vermogen komt weer prachtig uit in dit elftal essays, maar maakt het tevens zoo goed als onmogelijk alle de nieuwe ‘uitkomsten’ - om een wetenschaplijken term te gebruiken - van den fijn-speurenden schoonheidszoeker in kort bestek te bespreken. Toch wil ik niet nalaten de aandacht mijner lezers te vestigen op de twee opstellen die door den schrijver vooraan geplaatst zijn, en met reden, want niet alleen behooren zij tot de beste uit den bundel, maar ze gelden het werk van een paar consciëntieuse realisten en kunstenaars van het proza, wier namen verdienen telkens genoemd en hooggehouden te worden, als banieren, nu een zoogenaamd nieuwe richting van ‘Neo-Romantici’ in opkomst schijnt, zich uitend in hol bombastische woordenpraal, leeg gephraseer en malle grootdoenerij, een richting - wanneer men het zoo noemen mag - die voor een deel van 't publiek de aantrekkelijkheid der koortsige opwinding schijnt te bezitten.... Deze beide proza-schrijvers, het zijn Jac. van Looy en Frans Coenen. Met zijn gewone aandachtige overgave en fijne innigheid van waarneming heeft Van Deyssel het proza van Jac. van Looy beluisterd; voor de zooveelste maal heeft hij zich afgevraagd: ‘Waar ligt het aan, dat zoo iets mooi en kunst is’ en hij is tot de volgende oplossing gekomen (bl. 4): ‘Het ligt aan de woordkeuze. Uit de woordkeuze blijkt de gemoedshouding of de gemoedsgesteldheid, waarin de kunstenaar verkeerde toen hij deze woorden nederschreef. In den volzin, zooals hij daar vóor ons is, ligt voor altijd afgespiegeld, de gemoeds-uitdrukking van den schrijver, die in zijn oog moet geweest zijn toen hij gebogen nederzat en het déze woorden waren die op déze wijze na elkaâr kwamen. Het ligt aan de woordkeuze. Het is om dat er staat: “in de vroegte”. Het is om dat er staat: “'t Was in de vroegte”. Het is om dat er staat: “'t Was in de vroegte” en dan een punt en dan een nieuwe volzin: “Zijn vrouw” en zoo voort, en om dat er niet staat, bij voorbeeld: “Zijn vrouw was 's morgens vroeg opgestaan” of: “Het was nog vroeg. Zijn vrouw” en zoo voort. Het is om dat er staat: “'t Was in de vroegte” en dan van de vrouw, die “voorzichtig” het rol-gordijn optrok, waarachter de heerlijke Augustus-morgen zoû verschijnen, en om dat die morgen langs de bloempotten in 't kozijn wel, maar “vooral” door de “kleurige belletjes” van de foksia, kwam, en op zekere wijze kwam, namelijk “parelde”.- Het is deze woordkeuze, die de deugd van dit geschrevene bepaalt, het is deze woordkeuze, die de oorzaak is van het diepe welbehagen in den lezer, omdat uit deze woordkeuze blijkt, dat de kunstenaar zijn onderwerp beminde toen hij schreef, om dat door de woordkeuze de liefde, waarin de dichter zijn onderwerp mooi en beminnenswaard zag, op dadelijke wijze, zonder overdenking of redeneering, wordt overgebracht in den lezer’. Gij kent ze wel, niet waar lezer, de menschen die een verhaal plegen te lezen met overslaan van de beschrijvende gedeelten, want, ‘nou ja, dat kunnen ze zich wel voorstellen’, het is ‘zoo vervelend...’ Die menschen denken dat ze lézen kunnen, aangezien zij het op de bewaarschool hebben geleerd, maar er is niets van waar, zij kunnen niet lezen. Zij zien en herkennen wel letters en woorden, maar zij weten niet wat er staat. Zij zeggen schouderophalend ‘dat alle smaken verschillen’ en kunnen er desnoods vrede mee hebben als ge hun smaak dan als ‘niet bepaald fijn’ kenmerkt. Maar eigenlijk hebben zij ook geen grove, hebben zij absoluut geen smaak. Zij kauwen wel maar zij proeven niets. Het is alsof hun ontbreekt een orgaan. Want, merkt Van Deyssel op (blz. 6): ‘hoe inniger onze geest “beschrijving”-literatuur proeft, hoe minder hij de eigenschap van te zijn “beschrijvend” in onderscheiding van andere literatuur, die niet beschrijvend is, - bij het gelezene zal merken. Bij het innige proeven wordt men het zingen van het gemoed van den schrijver in het geschrevene gewaar en een beschrijving is alleen zoo mooi wijl zij niet een “beschrijving” is, maar een fijn of diep geluid van vreugde of verrukking of smart, dat, zooals de liefdes-strophe van een minnaar, van uit een wel-luidend menschengemoed gaat naar de voorwerpen en verschijnselen van het Leven. Dit is ook een der redenen, die de meerderheid van zuivere kunst, of kunst alleen om zich zelfs wille, boven strekkingskunst verklaren. Strekkingskunst troost mij zooals de leeraar de dood-arm achtergebleven weduwe troost, maar zuivere kunst troost mij zooals de weduwe getroost wordt, die opeens haar dood gewaanden man terugkrijgt en een huis vol heerlijkheden daarenboven. “Beschrijvings”-kunst zoû “niets zeggen tot het gemoed”, zoû het hart niet opheffen’. ‘Beschrijvings-kunst “spreekt” alléén “tot het gemoed”, heeft géen andere functie dan “het hart op te heffen”. Anders is het geen kunst. . ..."
Negende bundel verzamelde opstellen - Rembrandt-bundel
1906, 1e druk, 321 blz., bladzijden licht verkleurd, sporadisch roest; nette band; op Franse titelblad handtekening en datum (M? De Jong, 6 maart '18); olijfgroene linnen uitgeversband met zwartgouden opdruk
Inhoudsopgave:
Het Rembrandt-feest in 1906 1
De Kunst van Rembrandt 27
Rembrandt's Zelf-portret 71
De schilderijen door Rembrandt te St Petersburg. 79
Rembrandts te München en te Weenen 123
Te Berlijn 133
In Rusland 149
Wagner te München 165
Herman Sudermann 175
Als het dag wordt 183
Rembrandt
I 219
II 232
III 239
Schetsen van Frans Erens Pijp en Dienstmeid: 251
Een Partijtje, Uit mijn Dagboek en de Processie 262
Provincie en De Conferentie 282
Sprotje, door M. Scharten-Antink 303
Lohengrin-Uitvoering 315
Tiende bundel verzamelde opstellen
1907, 1e druk, 286 blz., bladzijden licht verkleurd, roest op de snede; nette band; op Franse titelblad handtekening en datum (M? De Jong, 6 maart '18); olijfgroene linnen uitgeversband met zwartgouden opdruk
Inhoudsopgave:
De Nieuwe Geboort 1
Jan Toorop 9
Diamantstad 19
Floris Verster 29
Eduard Verkade 39
Redevoering, Voordracht, Voorlezing en Tooneelspel 47
Rembrandt in het Louvre 53
Joseph in Dothan 6l
Nederlandsche Letterkunde van den Tegenwoordigen Tijd 77
Badplaats-Schetsen 167
Jan Hofker 211
Amsterdam I 227
Amsterdam II 239
Kleur en Licht 247
Brussel I 255
Brussel II 267
Zomerspelen 277
Elfde bundel verzamelde opstellen
1912, 1e druk, 262 blz., bladzijden licht verkleurd, roest(ook op de snede); nette band; op Franse titelblad handtekening en datum (M? De Jong, 6 maart '18); olijfgroene linnen uitgeversband met zwartgouden opdruk
Inhoudsopgave:
Venetië 1
In Artis 45
Over Impressionisme en Architectuur 55
Wederzien, tooneelspel 65
Indrukken, ontvangen van het werk van Goethe 125
De Weg naar het Goede Leven, ethiesch-mystische varia 175
Allerlei Aanteekeningen 197
Over Victor Hugo 245
Ware-Nar 255
Images
Beste Boekenliefhebber
Fijn dat u een kijkje neemt in ons boekwinkeltje Lilith in Den Bosch.
Wij reageren altijd zo snel mogelijk op bestellingen. Heeft u binnen drie dagen geen reactie van ons ontvangen dan is onze nota mogelijk in uw spam-box (ongewenste email) geland.
We streven naar zo goed mogelijke beschrijvingen van de boeken. Kleine onvolkomenheden als potloodmarkeringen of namen en stempels van vorige eigenaren worden niet altijd vermeld. Wilt u zekerheid over de kwaliteit van een boek, dan kunt u ons daarover mailen. Op verzoek sturen we extra foto's.
Voor boeken die als brievenbuspakket binnen Nederland kunnen worden verstuurd bedragen de verzendkosten 3,95 euro (PostNL) Verzenden van boeken binnen Nederland per pakketpost kost 6,50 bij DHL. Ophalen van boeken is mogelijk na afspraak.
Een greep uit de mogelijke verzendtarieven:
Nederland
Postnl brievenbuspakket €3,95 (tot max. 28 mm dikte
Postnl pakket €7,00
DHL pakket €6,95
DHL afhaalpunt €4,45
België DPD pakket €8,88, klein pakket minder dan 3 kilo) €7,80
Postnl €9,00
Duitsland
DPD klein pakket tot 3kg €7,60 groot €9,90. PostNL €11,50.
Betalen vanuit het buitenland werkt zo:
Voor een betaling aan Antiquariaat Lilith met het IBAN NL27 INGB 0006 6508 24, volg je deze stappen:
Via Online Bankieren:
1. Log in op je online bankomgeving.
2. Kies voor een SEPA-overschrijving (normaal gesproken de standaardoptie voor Europese overschrijvingen).
3. Vul de volgende gegevens in:
1. IBAN: NL27 INGB 0006 6508 24
2. Naam van de ontvanger: Antiquariaat Lilith
3. BIC (optioneel): ING Bank heeft als BIC-code INGBNL2A, (maar dit is meestal niet vereist voor een SEPA-overschrijving.)
4. Vul het bedrag in.
5. Omschrijving/referentie: in dit geval: 4/10/24 1
6. Valuta: Dit zal automatisch in euro zijn.
7. Datum van uitvoering: Kies of je de betaling onmiddellijk of op een latere datum wilt uitvoeren.
8. Controleer alle gegevens en bevestig de betaling.
- Tous les livres sont en état complet et normal, sauf indication contraire. De petites imperfections comme une page collée ou un nom sur la feuille ne sont pas toujours mentionnés
- Vous gérez directement cette commande avec Lilith
- Après votre commande vous et Lilith recevrez une confirmation par e-mail. Dans l'e-mail que vous pouvez trouver, vous pouvez trouver le nom et l'adresse de Lilith
- L'acheteur paie les frais de livraison, sauf accord contraire
- Lilith peut demander un prépaiement
- Boekwinkeltjes.nl essaie de rapprocher les acheteurs et les vendeurs. Boekwinkeltjes.nl n'est jamais impliqué dans un accord entre l'acheteur et le vendeur. Si vous avez un différend avec un ou plusieurs utilisateurs, vous devez le réparer vous-même. Vous indemnisez Boekwinkeltjes.nl de toute réclamation.